Muziek Juweeltje

Juweeltje oranje

Muziek roept herinneringen op. Hopelijk wordt er ook komend jaar weer veel door jullie gezongen, wil je ook de bijlagen met de nieuwe liedbundels voor de ondersteuning daarbij? Stuur dan een mail naar ikruijssen@cordaan.nl . Ik hoop dat iedereen er plezier aan beleefd.

“Ga je zo overal zingen? Ja? Wat goed. Schrijf op dat je een kanjer bent! Ach ja, iedereen heeft het nodig om complimentjes te horen als ze het niet zien zitten.”

“Bijzonder, hè: in alle landen zijn overal liedjes gemaakt.”

“Muziek en Storm zorgen allebei dat je je emoties kwijt kunt. Zingen is het mooiste. Dat weet je wel. Mijn vader zong ook altijd.”

“De tijd vliegt voorbij, maar het blijft altijd een poosje hangen.”

“Elvis! Yeah ! Ik heb zoveel herinneringen. Als je niet oud wordt, heb je niks. Ik geloof niet zo gauw, ik moet eerst zíen!”

“Altijd als ze vragen waar ik van hou, kan ik het net niet zeggen.”

“Ik heb heel weinig met stemmen. Als er leuk liedje is wat je kunt mee zingen, dat vind ik gezellig.  Dan proberen we ze allemaal mee te slepen, maar dat lukt hier niet goed. Het is een dode boel. Welk liedje maakt me niet uit. Wat een ander doet, is altijd goed.”

Muss ich denn. Leuk! Het idee dat je het doet vind ik geweldig. Oh, je hoort de kinderen. Die hoor je bijna niet meer. Zonde, op een zijspoor gezet. En is zonde want is goed liedje iedereen zong het mee, mannen en vrouwen.”
“Is een heel gezellig lied. Als je dit op een verjaardag zingt gaat iedereen huilen.” 

“Want we zongen niet met muziek, maar de juf zong het voor en pas later met do re mi fa sol, het paardje ging op hol. Ging naar huis toe zonder vragen, zonder voerman en zonder wagen. Do mi sol, het paardje ging op hol.”

“In Paramaribo willen wij wonen, in Paramaribo willen wij zijn. Dat is een bekend liedje, toch? Tenminste voor mij.”
“Je moet naar Concerto, in de Utrechtsestraat. Die hebben alles. (…..). Het gaat zeer doen en het gaat niet zeer doen. Mijn vrouw is ook alleen. Het is wel gesorteerd allemaal, die muziek. “

“Ja, Surinaams. Dat wordt altijd gespeeld met veel bravoure.”

“Ik houd heel erg van allerlei muziek.”

“Ken je Terang Boulang? Dat zong mijn moeder altijd op de piano, stonden we er met drie kinderen eromheen. Mijn vader was niet van het zingen.”
“Je hoort muziek, maar haar niet zingen. Ze mocht willen dat ze zo kon zingen.”

“Zet je nog een keer die andere muziek op? Die was zo mooi!”

“Ik vind alle muziek mooi, ook Chinees. Al kan ik het zelf niet zingen.”

“Mijn stem is opgedroogd. Het tokkelen is ook mooi.”

We’ll meet again. Dat was het lied waar we ons aan optrokken. Onze jongens gingen de oorlog in. En dan werd er gezongen: We’ll meet again en dan moest je maar afwachten of dat zo was. We ontmoeten elkaar na de oorlog ..jaja…dat wist je niet…zeker niet als je naar Frankrijk ging… en toch hield je er troost aan, dat het voorbij zou gaan.”

“Thuis al, met mijn vader aan de piano. We zongen ál die liedjes.”

“Dit lied zongen ze ook in Suriname en Indonesië al jaren oud. Lied van na de oorlog.”

Gracias a la vida “Een beetje van het leven van de mens. Het dagelijks leven van de mens. Heel bekend – en niet bekend ook.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *