Meteen naar de inhoud

Juweeltje over drinken, roken en muziek

Juweeltje blauw

Door je kwetsbaar op te stellen, durven bewoners ook vaak hun kwetsbare kant te laten zien. Leren van elkaar, elke dag weer. Een zeer lang Juweeltje, omdat de interactie tussen de bewoners zo prachtig is!

We zingen het welkomstliedje.

Dhr. I.: ontvangt het met gevouwen handen.

Mw. L.: straalt.

Irene heeft een paar weken geleden iets te veel gedronken in het weekend, daarom luidt het thema voor deze keer: dronkenschap. Zijn de bewoners wel eens dronken geweest?

Mw. S, glimlachend: “Nee, nooit gedronken. Mijn man ook niet. Dat bestond ook niet in het gezin waar hij is geboren. Hij mocht van zijn vader niet roken. En hij deed het dan in het geniep. En dan merk je dat je het niet zover moet laten komen.”

Mw. W. moet om Irene lachen: “Kind, wat bijzonder!”

Mw. S.: “Vooral dingen als roken. Want daar raak je dan verslaafd aan. Ik moet ook erbij zeggen: hij heeft van het ene moment op het andere…..is hij er van af gegaan.”

Zijn de anderen wel eens dronken geweest?

Mevrouw G., met een blik van ‘Hoe kóm je erbij’: “Nee!”

Mw. W.: “God, kind, dagelijks bijna. Ik weet wat een kater is. Gelukkig wel. “

Dhr. K.: “Ja hoor. Ik was eh….lid van een studentenvereniging. Moest ik achter de bar staan. En dan dronk ik er wel eens eentje. Niet altijd (bedoeld: achter de bar). Anderen moesten ook wel eens.”

Mw. W.: “En we hadden een eigen café in het centrum: Oporto., Tegenover de Bijenkorf. Oporto bestond al 100 jaar, geloof ik. Van mevrouw Brals, die verhuurt café’s.”

Mw. L., met grote glimlach: “Ja hoor. Op latere leeftijd ook nog wel eens.”

Zat u wel eens in de kroeg?

Mw. L: “Ja. Eigenlijk wel. (glimlachend, tegen Dhr. K.:) Jij deed één extra, hè? Oké, ik ook. Ach ja, het leven……”

Mw. W: “That’s life.”

Irene zoekt het lied met deze titel op en laat het horen.

Mw. S. “Is dat Frank Sinatra?”

Irene, bewonderend: “Wauw…….”

Mw. S., lachend: “Moest ik het niet zeggen?”

Mw. O. zit in alle rust aan tafel, probeert met haar voet Storm te aaien.

Mw. S. noemt een andere song: “Hey Jude. Ik híeld van die groep. Ik ben van 1947. Dan is ie (bedoeld: Paul McCartney) even oud als ik.”

Zijn de bewoners al jong gaan roken?

Mw. W. knikt: “Mijn vader rookte sigaren. Mijn moeder rookte ook.”

Mw. S.: (over haar man) “Als zijn vader het wist, dan kreeg ie een pak slaag. Hoe oud hij ook was. Dat was mijn schoonvader. Ik was zó boos op hem!”

Dhr. K.: “Ik was bij de tandarts en die zei: “Je moet eens stoppen met roken. Gerookt? Ja, in mijn militaire dienst ook. Toen ben ik pijp gaan roken.”

Mw. L, glimlachend: “Ik rook nóg. Een kettingroker.”

Dus Mw. W. en Mw. L. roken wel eens samen in de tuin?

Mw. W.: “Het komt wel eens voor, hè Mw. L? Inademen – en dan voel je je helemaal lekker.”

Mw. L: “Ja, ’t is lekker. Gewone sigaren. Ik woonde in de Bijlmer – en dan is het bij het station.”

Mw. S.: “Roken? Wel eens een keertje. (lachend) Een beetje stoerdoenerij. Mijn vader rookte wel. Mijn man meer zo van dinges…..(het gebaar van shagjes draaien).”

Er ligt een bril midden op tafel.

Mw. L. schuift de bril naar hr I. toe: “Is deze bril van jou?”

Irene laat mw. W. lievelingslied horen, een lied van Herman van Veen.

Mw. S.: “Wie is deze zanger?”

Stopte Mw. W. in haar café wel eens met inschenken, als mensen al te dronken waren?

Mw. W. : “Ja, natuurlijk. Ja, dan werden ze wel eens boos. Daar kon ik wel goed mee omgaan. Ik heb er wel goede herinneringen aan. Ja, god, ik stond achter de bar!”

Dronk je dan zelf ook wel eens een pilsje?

Dhr. K. “Jawel, dat was wel goed als je dat deed.”

Monique vraagt naar het lievelingslied van mijnheer I..

Dhr. I.: “Zomer. ‘Het werd zomer’. Van Rob de Nijs. Omdat ie over de zomer gaat. Ik hóud van de zomer.”

Mevrouw F. maakt de hele groep mee, zit in alle rust tussen dhr. I. en Mw. O. in.

Dhr. I.: “De zon. De zon vind ik lekker. Ik kan de zon laten schijnen. Door de kracht van de geest.”

Maar vandaag regent en waait het………

Dhr. I., glimlachend: “Ik voel me ook zo raar. Als ik me goed voel, dan gaat hij schijnen. Ik heb een sterke geest.”

Irene laat het lied Que sera horen.

Dhr. I.: “Deze is van Doris Day.”

Mw. W: “Dan ga je toch terug kijken.”

Nu een Surinaams lied: A la presi…..

Mevrouw O. straalt en zingt het mee.

En een Iraans lied, speciaal voor Mw. O.

Mw. O.: glimlacht, luistert met aandacht.

Mevrouw G.: zoemt nog een tijdje “A la presi.”

Irene bedankt alle bewoners voor hun eerlijke ontboezemingen.

Mw. L, stralend: “Leuk hè?”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.