Meteen naar de inhoud

Juweeltje over de zee en varen

Juweeltje geel

Zee en varen….vandaag een zeeman aan het woord.

“Ik ben zeeman geweest ik was 16 jaar. Ik kom uit Braambrugge, dat hoort bij Abcoude. Met zijn drieën gingen we. Na de lagere school en daarna bij de kruidenier gewerkt.  De hele wereld. Afrika, Engeland, Ierland, Amerika, Polen. Het hele jaar weg, mijn vrouw in het café ontmoet. Waren allebei alleen, ze ging naast me zitten aan de bar. Ze heet Kitty. Haar glas was leeg en toen zei ik: Doe hier maar twee pils, in plaats van een. Ik was toen 17….Ik bleef varen….. Om het jaar kwam ik dan weer aan land.

Ik was matroos. Ik stuurde de boot. Twee keer vier uur diensten, ik  werkte altijd van twaalf tot vier. Je vaart twee maanden en dan kwam je weer in een haven en dan moest je bij een gevaarlijke lading kijken of er niets achterovergedrukt werd. Voor die tijd dat er iets gebeurde was ik er al bij. We verscheepte alles: Eieren, aardappelen en uien ook.
Midden en zuiden van India en Pakistan, dat was het leukste om naar toe te gaan. De meiden waren daar leuker. We lagen dan een maand aan wal. Het hele schip moest leeg gehaald worden en dan weer ingeladen worden. En dan ging je weer door. En zo reisde je over de hele wereld. We moesten ook wel eens naar Spanje toe of Frankrijk. Ging allemaal in containers. Voor een bepaald land had je soms wel drie containers nodig. Er werd toen ook al gesmokkeld, maar ik heb nooit drugs gebruikt. Vond het toen al rot spul.
Soms werd er plotseling gecontroleerd, stond de hele kade vol en werden je kasten gecontroleerd. Ik bleef altijd liggen en zei: Zoek maar, want ze vonden toch niets. Ik heb nooit moeite met ze gehad, met de douane.
De kapitein was helemaal erg en kwam er mee weg. Hij stuurde ze alle kanten uit. Soms gingen ze met zijn zessen zoeken, maar vonden niets.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.