Meteen naar de inhoud

Je moet er iets van maken Juweeltje

Juweeltje paars

Soms is alles haar te veel. Dan is mevrouw D. scherp en afwerend in haar uitingen en kan ze niemand in haar buurt velen. Maar veel vaker glimlacht ze breed als wij binnenkomen. En begint meteen een van de vele, oude liedjes te zingen die ze kent, liedjes uit of over Amsterdam…….

“Je moet er wat van maken. Want anders kun je net zo goed zeggen: ‘Ik sla je hier weg.’ Het is leuk. Je moet er wat van maken. Want als je het niet meer hebt, dan heb je het niet meer. Je moet er zelf wat van maken, een ander doet het niet voor je. Het leven is zo kort, het is zo weg, eigenlijk. Je kijkt er bij en dan denk je: dat was eigenlijk heel erg leuk enzovoort.”

We zingen lenteliedjes. Mevrouw D. zingt ze vrolijk mee en beweegt met armen en handen mee op de maat van het ritme.

“We hebben er wat van gemaakt. En dat is goed ook!”

Mevrouw D. zet spontaan haar lievelingslied in:

“ ‘Amsterdam, Amsterdam’. Dan heb je toch al wat! Je moet er zelf wat van maken. Dat is het. Je moet er wat van maken. Want anders is er niets.”

Irene zet jazzmuziek op. Gastvrouw Bea nodigt mevrouw D. ten dans. Mevrouw D. maakt sierlijke bewegingen met haar handen en vingers, haar voeten bewegen trefzeker op het ritme, haar gezicht straalt.

“Dat kan je maar één keer doen in je leven, zoiets. Je moet er van alles van maken. Zo is het!”

Mevrouw D. gaat naast meneer J. staan, haar vaste maatje. De heer J. pakt haar hand, lacht en begint in zijn stoel ook te bewegen op de muziek. Mevrouw D. lacht terug en nodigt hem uit om mee te dansen….. 

“Je moet er wat van maken, anders gebeurt er niets. Als je gaat zitten, dan gebeurt er niets meer. Daarom!”

En zo belandt ook meneer J. op de dansvloer. Ze hebben elkaars handen vast en een grote glimlach op hun gezicht. Mevrouw D. swingt niet alleen met haar lichaam, maar ook met haar gezicht. Alles beweegt: ogen, gezichtsspieren, mond…..

“Zo is dat. En anders niet. (kijkend naar meneer J.) Het doet me plezier als hij blij is. We doen het nog steeds! En dan heb je er nog plezier van óók.

Als mevrouw D., moe geworden, weer op haar stoel zit, blijft ze met handen, voeten en pretogen meebewegen op het ritme van de muziek.

“En jullie kijken ook en denken: ‘Verdomme, dat moet ik ook een keertje doen.’ En je ziet het volkomen. Als je er mee stopt, dan gebeurt er niets meer. Je moet het bijhouden! Zolang het nog gaat, moet je het doen. Zo blijf je er bij, hè.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.