Meteen naar de inhoud

Belevingsconcert Juweeltje

Juweeltje

Belevingsconcerten blijven elke keer weer indrukwekkend en bijzonder. In de huiskamers ontstaat vaak een sfeer van aandacht en verbinding. Bewoners zingen mee of bewegen mee op het ritme van de melodie. En ook bewoners die nauwelijks meer in gesproken taal kunnen uitdrukken, ontroeren ons door hun lichaamstaal. Ze houden onze handen vast, ze knikken ons toe, ze kijken ons stralend aan en glimlachen ons toe……..

We leggen de kleurige doeken op tafel.

Mevrouw A.: “Gezellig en niet duur. ‘Dini’ zeggen jullie misschien maar eens een keertje, is ook leuk.”

Het welkomstliedje aan het begin brengt ontspanning.

We zingen het  lied ‘Yesterday’.

Mevrouw R.: “Dat is niet vandaag! Duizend keer al gehoord,  mijn hele leven al gehoord, komt m’n strot uit. Yesterday: dat is niet morgen! Ik had zoveel bladmuziek nog. Ik weet niet beter. Thuis altijd gezongen. Allemaal thuis altijd gezongen. Mijn vader was echt muzikaal. Die kon alles. Fijne vent ook!”

We zingen “Ik heb eerbied voor jouw grijze haren.”

Mijnheer S.. zingt er genietend een eigen melodie doorheen, soms klinkt het heel mooi samen….

Anita van de verzorging zorgt dat de bewoners om tafel aan Storm stukjes appel kunnen geven.

Mijnheer Z. voert Storm in alle rust: “Rustig. Rustig.”

Mevrouw A.: “Je kunt er heel wat van maken, van die liedjes.” En zingt: “Heb medelij Jet, heb medelij, Jet, is er voor mij dan geen plaats meer in bed. Dat werd gezongen thuis.”

Dit is de tekst van het complete refrein:

Heb medelij Jet, heb medelij Jet
Is er voor mij geen plaats meer in bed
Ik lig met mijn rug op de scherpe rand
En ik hang voor de helft uit het ledikant
Heb medelij Jet, heb medelij Jet
Is er voor mij geen plaats meer in bed
Jij neemt al de dekens, oh monstervrouw
Ik bibber van de kou

We zingen “Return again.” 

Mijnheer Z. doet mee met de koshi.

Vroeger gingen mensen vaak naar het badhuis.

Mevrouw R.: “Ik ook. Vrijdag. Niet op zaterdag, dan had je altijd spelletjes op de TV.”

Mevrouw A., glimlachend wijzend op mijnheer S.: “Hij deed mee. Hij sloeg zó mee (bedoeld: op de maat van het liedje).”

Mevrouw A. (reagerend op het lied “Een liedje van verlangen”, met daarin als slotzin “Dat verlangen raak je nooit meer kwijt”) : “Hartstikke leuk, dat krijgen we nooit meer voor elkaar.” Steeds opnieuw zingt ze “Heb medelij, Jet”, en besluit, vrolijk lachend: “Dat komt er ook nog bij.”

We zingen “Fai kan tak mi no moy”.

Mevrouw A., lachend: “De hond is er helemaal stil van geworden. Leuke liedjes. Leuk!”

Mevrouw R.: “We hadden altijd muziek thuis. Dan ben je een rijk mens. Mijn vader zong altijd. We waren altijd met muziek bezig.”

Mevrouw A.: “Ik moest op een koor. Mijn vader hield het altijd in de gaten. Of ik er was. En de buurjongetjes. Je kon ook niet stiekem buiten blijven. Je moest daar blijven. Mijn vader stond te kijken bij de deuren. Hij ging het geld ophalen bij de mensen. Mijn vader zat er óók in, dus ik kon er niet onderuit!”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.